Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 57 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772.
4.5. In de hiervoor onder 4.3 weergegeven rechtspraak van de Hoge Raad ligt niet besloten dat ook in geval van afwezigheid van medisch geclassificeerde somatische of psychische ziektes of aandoeningen hulp bij zelfdoding en euthanasie, verleend onderscheidenlijk toegepast door een arts, onder omstandigheden gerechtvaardigd kunnen zijn. Dat zou overigens ook niet stroken met de in die rechtspraak gestelde eis dat de arts moet hebben gehandeld overeenkomstig wetenschappelijk verantwoord medisch inzicht en overeenkomstig in de medische ethiek geldende normen, alsmede met de vakkennis waarover hij uit hoofde van zijn beroep moet worden geacht te beschikken. Van een dergelijk handelen kan immers geen sprake zijn indien het hulpvragen betreft die niet een ziekte of aandoening tot oorsprong hebben, omdat de specifieke deskundigheid van een arts zich zowel wat de diagnostiek als de behandeling betreft uit haar aard niet tot dergelijke hulpvragen uitstrekt. In dat verband ligt het in de rede om bij de afgrenzing van die deskundigheid aansluiting te zoeken bij de in de medische beroepsgroep gehanteerde classificaties van somatische en psychische ziektes en aandoeningen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2, en de alinea staat in dat document op bytes 22493 tot 23685.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2 | shasum -a 256