Citaat | Hoge Raad 24 december 2002
Alinea 77 Hoge Raad 24 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772.
"... Als je - zoals ik - achter in de tachtig bent besef je terdege en voortdurend dat je voor het einde staat, maar je weet ook dat het nog wel tien jaar kan duren. Troosteloos. En misschien nog wel heel pijnlijk en vernederend, die langzame afbraak. Je constateert het dag voor dag. Ik meende dat euthanasie geen uitweg bood. Het is een verschrikkelijk verzoek dat de patiënt aan zijn dokter doet, ronduit afschuwelijk ... Bij euthanasie brengt de arts een ontzettend zwaar offer om zijn patiënt te helpen. Het moet dan ook stellig zijn patiënt zijn, niet zo maar een vreemde. In mijn geval was U de enige die in aanmerking kwam, maar door een onbegrijpelijk misverstand heerste bij mij de overtuiging dat U het uitvoeren van euthanasie strikt afwees. Een weigering die ik mij overigens best kan voorstellen. Intussen werd het steeds meer tot een obsessie: hoe doe ik het dan? Mijn grote angst werd dat ik bij een te lang uitstel op een gegeven moment physiek niet meer in staat zou zijn de
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2, en de alinea staat in dat document op bytes 27349 tot 28357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2 | shasum -a 256