Citaat | Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 78 Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772.

bevrijdende handeling te voltrekken ... Ik leefde voortdurend met de gedachte aan de dood. Toen kwam onverwacht dat voor mij zo ontzettend belangrijke gesprek met U op die vrijdagmorgen. Een heel nieuw gevoel kwam over mij ... ik werd beheerst door een sterk geluksgevoel: er was een vredige oplossing te rechter tijd ... zolang ik wist dat ik een einde aan de benauwenis kon maken kon ik de toestand aan, was die dragelijk ... Maar de mens is geen logisch wezen. Tot mijn eigen verbazing duurde die opluchting slecht heel kort, een paar dagen. Ik vergleed al heel gauw weer in de ellende van vóór ons gesprek. Moeilijk te zeggen waarom. Misschien is de zinloosheid van een leeg bestaan na een druk bezet leven een belangrijke factor. Hoeveel van die afschuwelijke jaren heb ik misschien nog voor me! ... Die vreselijke leegte dag voor dag en er is niemand met wie ik die leegte kan delen ... Ik ben heel oud, het wachten duurt zo lang, de dood heeft mij schijnbaar vergeten. Er is geen uitzicht, geen hoop op iets positiefs dat enige vreugde zou kunnen brengen ... Het kan alleen maar achteruit gaan, aftakelen. Waarom deze fase nog verlengen? Na rijp beraad vraag ik U dus, weloverwogen, mij de euthanasie te brengen. Als ik aan het einde denk voel ik ongeduld. Het is een beslissing die ik in alle vrijheid neem. En ik ben U voor deze dienst heel dankbaar. Niemand heeft mij hiertoe aangezet."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93c2e4d0918c5f2c051d55e23f87838950ae82563707fa19ff2dd1f70a0cabf2, en de alinea staat in dat document op bytes 28365 tot 29776.