Citaat | Hoge Raad 29 oktober 2002
Alinea 33 Hoge Raad 29 oktober 2002
Een alinea uit Hoge Raad 29 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8831.
3.9. Het Hof heeft de onder 3.7 en 3.8 weergegeven verklaringen kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als inhoudende dat het misbruik van [slachtoffer 2] heeft voortgeduurd totdat zij aangifte deed. De klacht mist dus in zoverre feitelijke grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce9f661373735bd0baea49d7478c9327b8030f8feda477fbc694cf458a016cd2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce9f661373735bd0baea49d7478c9327b8030f8feda477fbc694cf458a016cd2, en de alinea staat in dat document op bytes 10559 tot 10825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce9f661373735bd0baea49d7478c9327b8030f8feda477fbc694cf458a016cd2 | shasum -a 256