Citaat | Hoge Raad 5 november 2002

Alinea 20 Hoge Raad 5 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8879.

3.2. Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende. Tegen de verdachte is de verdenking ontstaan dat hij op 9 september 1998 in Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig betrokken is geweest bij een verkeersongeval en de plaats van het ongeval heeft verlaten terwijl bij dat ongeval naar verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander letsel of schade was toegebracht. Op de auto van de verdachte is beslag gelegd. Bij brief van 8 oktober 1998 aan de Officier van Justitie te Rotterdam heeft mr. Y.M.M. Ooykaas, advocate te Capelle aan den IJssel meegedeeld de verdachte als gekozen raadsvrouwe terzijde te zullen staan, verzocht om toezending van de relevante stukken en verzocht te vernemen wanneer de verdachte zijn in die zaak inbeslaggenomen auto en zijn rijbewijs kon komen ophalen. De raadsvrouwe heeft de verdachte bijgestaan bij de behandeling van een klaagschrift over de voortduring van het beslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c0fcdae4dc6bb50896b2d83cb699dadf96c5f510f35873708a662ef8f01cc7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c0fcdae4dc6bb50896b2d83cb699dadf96c5f510f35873708a662ef8f01cc7d, en de alinea staat in dat document op bytes 6582 tot 7534.