Citaat | Hoge Raad 5 november 2002

Alinea 25 Hoge Raad 5 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 5 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8879.

"De verdachte heeft mij in de periode november 1999 tot en met februari 2000 niet gebeld over de terechtzitting in eerste aanleg. Ik was niet eens aan het werk, ik was met zwangerschapsverlof. Ik heb noch van de verdachte, noch van een collega, noch van de rechtbank iets vernomen over de terechtzitting. Ik heb zelf niet geinformeerd, omdat ik nergens van wist. Ik heb met de verdachte alleen met betrekking tot de klaagschriftprocedure gecorrespondeerd. Ik heb het dossier niet meer nagelezen, ik weet niet meer of ik gecorrespondeerd heb met de justitiele autoriteiten. Ik stond de verdachte bij in de klaagschriftprocedure; ik ben dan niet automatisch raadsvrouw in de strafzaak. Ik heb mij niet gesteld, omdat ik niet zeker wist of de verdachte door mij in de hoofdzaak bijgestaan wilde worden. De verdachte en ik hadden telefonisch contact gedurende de klaagschriftperiode in verband met de auto, daarna niet meer."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c0fcdae4dc6bb50896b2d83cb699dadf96c5f510f35873708a662ef8f01cc7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c0fcdae4dc6bb50896b2d83cb699dadf96c5f510f35873708a662ef8f01cc7d, en de alinea staat in dat document op bytes 8841 tot 9775.