Citaat | Hoge Raad 3 december 2002

Alinea 11 Hoge Raad 3 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8908.

1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 21 december 1999 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 1 primair, 2 primair, 2 subsidiair, 2 meer subsidiair, 2 meest subsidiair, 3 primair, 3 subsidiair, 3 meer subsidiair, 3 meest subsidiair, 4 primair en 4 subsidiair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1 subsidiar "met iemand van wie de dader weet dat zij in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeert handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam" veroordeeld tot twee jaren gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toegewezen en haar in die vordering gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander als in het arrest vermeld. De benadeelde partijen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399, en de alinea staat in dat document op bytes 4857 tot 5814.