Citaat | Hoge Raad 3 december 2002

Alinea 29 Hoge Raad 3 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8908.

3.5. Op grond van de vorenweergegeven vaststellingen heeft het Hof klaarblijkelijk geoordeeld, welk oordeel niet onbegrijpelijk is, dat het niet anders kan dan dat de verdachte heeft geweten dat het slachtoffer ten tijde van het plegen van de seksuele handelingen in een staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde en dat aldus zijn opzet was gericht op die fysieke weerloosheid van het slachtoffer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399, en de alinea staat in dat document op bytes 9547 tot 9975.