Citaat | Hoge Raad 3 december 2002
Alinea 30 Hoge Raad 3 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8908.
3.6. Uit het voorgaande vloeit voort dat de bewezenverklaring onder 1 subsidiair, ook voor wat betreft het in het middel bedoelde onderdeel daarvan, naar behoren is gemotiveerd. Dat brengt mee dat het middel tevergeefs is voorgesteld. Niettemin vindt de Hoge Raad aanleiding om hierna de in het middel aan de orde gestelde vraag te bespreken of onder het begrip "weten" in art. 243 Sr ook het opzet in voorwaardelijke vorm is begrepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399, en de alinea staat in dat document op bytes 9995 tot 10443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399 | shasum -a 256