Citaat | Hoge Raad 3 december 2002

Alinea 31 Hoge Raad 3 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8908.

3.7. De delictsomschrijving van art. 243 Sr bestreek tot de inwerkingtreding van de wet van 9 oktober 1991, Stb. 1991, 519 alleen de vleselijke gemeenschap buiten echt met een vrouw van wie de dader wist dat deze in staat van bewusteloosheid of onmacht verkeerde. Bij genoemde wet is de werkingssfeer van die bepaling uitgebreid in die zin dat zij - voor wat betreft handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam - personen is gaan betreffen van wie de dader weet dat zij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van hun geestvermogens lijden dat zij niet of onvolkomen in staat zijn hun wil omtrent de in die bepaling genoemde handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399, en de alinea staat in dat document op bytes 10482 tot 11267.