Citaat | Hoge Raad 3 december 2002

Alinea 33 Hoge Raad 3 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8908.

De wetsgeschiedenis van het oorspronkelijke art. 243 Sr biedt aanknopingspunten voor de opvatting dat de wetgever onder "weten" als in die bepaling bedoeld, niet ook het voorwaardelijk opzet heeft willen begrijpen (vgl. H.J. Smidt II (1881), blz. 308). Niettemin moet tegen de achtergrond van bedoelde wetswijziging en de in de ontstaansgeschiedenis daarvan benadrukte noodzaak tot bescherming van weerloze personen, met inbegrip van de bij die wetswijziging toegevoegde categorie van personen, worden aangenomen dat naar het thans geldend recht van de in art. 243 Sr bedoelde wetenschap van de dader ook dan sprake is indien komt vast te staan dat deze willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer in enige in die bepaling bedoelde toestand verkeerde. (Vgl. HR 12 februari 2002, NJ 2002, 328 en HR 12 februari 2002, NJ 2002, 329).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ec97af79c0b91828ef29f099f56bd35d6a4242b04a2397df1612ae5af75399, en de alinea staat in dat document op bytes 11661 tot 12535.