Citaat | Hoge Raad 12 november 2002

Alinea 17 Hoge Raad 12 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9028.

3.2. Van de in art. 279, eerste lid, Sv bedoelde verklaring van de raadsman dient te blijken uit het proces-verbaal van de terechtzitting. Indien het proces-verbaal daaromtrent niets inhoudt, moet het er in cassatie voor worden gehouden dat de raadsman door de verdachte niet uitdrukkelijk was gemachtigd tot het voeren van de verdediging ter terechtzitting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6052e0fcf73cea42f20da7c1186c32244947c6dcee12a5c6acb2b3275c21e6b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6052e0fcf73cea42f20da7c1186c32244947c6dcee12a5c6acb2b3275c21e6b6, en de alinea staat in dat document op bytes 7315 tot 7686.