Citaat | Hoge Raad 24 december 2002

Alinea 32 Hoge Raad 24 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9043.

wetsbepalingen moet worden beschouwd. Het hof gaat er daarbij vanuit dat het - mede blijkens hetgeen door de officier van justitie ter terechtzitting van 23 december 1999 ter onderbouwing van haar vordering is gesteld - haar oogmerk is geweest de contacten voorafgaand aan die opname aan verdachte ten laste te leggen. De uitbreiding van de tenlastelegging met de periode tot die opname lijkt het hof geïnspireerd door de onduidelijkheid die kennelijk is ontstaan ten aanzien van de leeftijd waarop het slachtoffer werd opgenomen. Mede gelet op het belang van een goede rechtspleging, inhoudende dat verdachte én slachtoffer niet zonder noodzaak meermalen in rechte worden betrokken ten aanzien van gedragingen die naar het oordeel van het hof als één feitencomplex, voortvloeiend uit een en dezelfde, (mede) seksueel georiënteerde relatie, moeten worden beoordeeld, is het hof van oordeel dat de vordering in zoverre dient te worden toegewezen. Aan dit oordeel doet niet af dat de strafrechtelijke grondslag voor het verwijt dat verdachte ter zake wordt gemaakt, bij toewijzing van die vordering wordt uitgebreid. Dat verwijt blijft immers - in essentie - het onderhouden van een ontuchtige relatie met iemand die vanwege zijn kwetsbaarheid bijzondere bescherming van de strafwet behoeft. Er is derhalve duidelijke verwantschap tussen de verschillende delictsomschrijvingen en geenszins sprake van een wezenlijk uiteenlopen van de strekking daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f897b360b544341caed113544374b0204bd26b3b06fe416721ebbc91c8169caa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f897b360b544341caed113544374b0204bd26b3b06fe416721ebbc91c8169caa, en de alinea staat in dat document op bytes 12934 tot 14402.