Citaat | Hoge Raad 12 november 2002
Alinea 31 Hoge Raad 12 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9045.
5.6. De Politierechter heeft de verdachte bij de bestreden uitspraak enerzijds veroordeeld wegens het misdrijf van art. 8 WVW 1994. In die zaak is, nadat in appèl de verdachte ter zake daarvan opnieuw was veroordeeld, beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal bij arrest van heden de verdachte in dit beroep niet-ontvankelijk verklaren, omdat in die zaak niet tijdig middelen van cassatie zijn ingediend. Anderzijds heeft de Politierechter de verdachte bij de bestreden uitspraak veroordeeld wegens de overtreding van art. 19 RVV 1990. Beide bepalingen stemmen met elkaar in die zin overeen dat zij betrekking hebben op gedragsregels die verkeersdeelnemers in acht hebben te nemen. Maar dit neemt niet weg dat de strekkingen van beide bepalingen verschillen. Art. 8 WVW 1994 is immers niet in dezelfde rechtstreekse zin gericht op de bescherming van het rechtsgoed van de verkeersveiligheid als art. 19 RVV 1990. Daarom dient van twee verschillende feiten in de zin van art. 57 Sr in verbinding met art. 62 Sr te worden gesproken en heeft de Politierechter terecht het beroep op art. 55, eerste lid, Sr verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eea727d2f0a8cf0092a48b3432ac70bfbecf81c7d502e05a51e34aa4b7f534d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eea727d2f0a8cf0092a48b3432ac70bfbecf81c7d502e05a51e34aa4b7f534d, en de alinea staat in dat document op bytes 9507 tot 10640.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5eea727d2f0a8cf0092a48b3432ac70bfbecf81c7d502e05a51e34aa4b7f534d | shasum -a 256