Citaat | Hoge Raad 3 december 2002

Alinea 25 Hoge Raad 3 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9053.

3.4. Art. 36f, tweede lid, Sr bepaalt dat de rechter de maatregel van schadevergoeding kan opleggen indien en voorzover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Het Hof, dat terecht van hoofdelijke aansprakelijkheid is uitgegaan, kon de betalingsverplichting van de verdachte derhalve bepalen op het vastgestelde bedrag van de schade. Daaraan stond, anders dan het middel met een beroep op het gelijkheidsbeginsel wil, de omstandigheid dat de mededaders van de verdachte geen hoger beroep hadden ingesteld, zodat in hun zaak het vonnis waarbij de opgelegde betalingsverplichting was bepaald op ƒ 783,33, onherroepelijk was geworden, niet in de weg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b575a9a28510e261fccd7be328a4d0e568ef94268be8c7798c578999a6a48c98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b575a9a28510e261fccd7be328a4d0e568ef94268be8c7798c578999a6a48c98, en de alinea staat in dat document op bytes 10618 tot 11373.