Citaat | Hoge Raad 26 november 2002

Alinea 23 Hoge Raad 26 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9064.

4.3. Deze bewezenverklaring is innerlijk tegenstrijdig nu zij enerzijds inhoudt dat de verdachte tezamen met een ander - met wie in het licht van de bewijsmiddelen en gelet op het slot van de bewezenverklaring [medeverdachte] lijkt te zijn bedoeld - teneinde kort gezegd het afleveren en/of verkopen van een hoeveelheid cocaïne voor te bereiden, anderen heeft getracht te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid te verschaffen, terwijl anderzijds daarin dat trachten te bewegen slechts aldus is omschreven dat de verdachte met zijn mededader afspraken heeft gemaakt over het afnemen door hem en zijn mededader van (een deel van) de cocaïne. Niet nader is aangegeven hoe aldus is getracht die anderen dan de verdachte en zijn mededader te bewegen tot de omschreven medewerking, terwijl voorts opmerking verdient dat de gebezigde bewijsmiddelen niets inhouden omtrent anderen dan de verdachte en zijn mededader die laatstgenoemden hebben getracht tot die medewerking te brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fadf8d15a47cf0cb7d5c5a7e31401d611d231a2dc268b5ad1fe46cf2d0a2601. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fadf8d15a47cf0cb7d5c5a7e31401d611d231a2dc268b5ad1fe46cf2d0a2601, en de alinea staat in dat document op bytes 8846 tot 9862.