Citaat | Hoge Raad 26 november 2002
Alinea 28 Hoge Raad 26 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9064.
6.1. De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, heeft op 4 april 2001 beroep in cassatie ingesteld. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 17 september 2002 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan 16 maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fadf8d15a47cf0cb7d5c5a7e31401d611d231a2dc268b5ad1fe46cf2d0a2601. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fadf8d15a47cf0cb7d5c5a7e31401d611d231a2dc268b5ad1fe46cf2d0a2601, en de alinea staat in dat document op bytes 10379 tot 10739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fadf8d15a47cf0cb7d5c5a7e31401d611d231a2dc268b5ad1fe46cf2d0a2601 | shasum -a 256