Citaat | Hoge Raad 13 december 2002

Alinea 52 Hoge Raad 13 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9243.

Ook de onderdelen 1.3 en 1.4 falen. Het Hof heeft zich aangesloten bij het oordeel van de Rechtbank dat de brief van 5 juni 1989 niet anders kan worden opgevat dan dat [eiser] de beoordeling en beslissing omtrent zijn aansprakelijkheid jegens [verweerster] aan zijn verzekeraar Winterthur overliet, hetgeen hij vervolgens ook heeft gedaan, zodat [verweerster] in redelijkheid Winterthur te dier zake als vertegenwoordigster van [eiser] mocht aanmerken, en dat dit meebrengt dat een eventuele erkenning van die aansprakelijkheid door Winterthur jegens [verweerster] (of haar raadsman) een lopende verjaring van de vordering van [verweerster] op [eiser] stuit. Anders dan de onderdelen 1.3 en 1.4 kennelijk tot uitgangspunt nemen, geeft dit oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde het geen nadere motivering. Voorzover de onderdelen uitgaan van een andere lezing van 's Hofs arrest dan zojuist aangegeven, missen zij feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/84d7a1a190d2c46f37592f5e71fbb1f11f18d1051d5b3fcbddf0f1b9b09e442b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 84d7a1a190d2c46f37592f5e71fbb1f11f18d1051d5b3fcbddf0f1b9b09e442b, en de alinea staat in dat document op bytes 15496 tot 16469.