Citaat | Hoge Raad 6 december 2002

Alinea 43 Hoge Raad 6 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9250.

3.6 [Verweerster] heeft zich in haar inleidende dagvaarding onder 9 mede beroepen op wederzijdse dwaling. Nuon heeft deze grondslag in haar conclusie van antwoord (blz. 9, laatste alinea) ook als zodanig onderkend. In 's Hofs oordelen in zijn rov. 4.1 onder c en de eerste zin van rov. 4.4.18 ligt voorts besloten dat [verweerster] deze grondslag op voor Nuon kenbare wijze heeft gehandhaafd. Dit oordeel is in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk. Onderdeel III.A.1 dat betoogt dat het Hof door te oordelen dat zich hier wederzijdse dwaling voordoet, buiten de rechtsstrijd van partijen is getreden, althans een ontoelaatbare verrassingsbeslissing heeft gegeven, faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78260cbb82be084d2a269585e15b68e76bc50ff110774522a45b302f5e27a83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78260cbb82be084d2a269585e15b68e76bc50ff110774522a45b302f5e27a83d, en de alinea staat in dat document op bytes 14407 tot 15113.