Citaat | Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 45 Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9250.
3.8 In de slotzin van rov. 4.4.18 heeft het Hof geoordeeld dat het niet vermag in te zien dat Nuon, indien zij op de hoogte was geweest van de thans geconstateerde verontreiniging, niet had hoeven te begrijpen dat [verweerster] de overeenkomst niet, althans niet op dezelfde voorwaarden, zou hebben gesloten zo zij een juiste voorstelling van zaken had gehad. In het licht van hetgeen Nuon in de feitelijke instanties heeft aangevoerd, zoals vermeld in onderdeel III.A.3 onder (i) - (iv) en het verdere debat van partijen in de feitelijke instanties, behoefde dit oordeel, naar het onderdeel terecht betoogt, nadere motivering, welke evenwel ontbreekt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78260cbb82be084d2a269585e15b68e76bc50ff110774522a45b302f5e27a83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78260cbb82be084d2a269585e15b68e76bc50ff110774522a45b302f5e27a83d, en de alinea staat in dat document op bytes 15648 tot 16313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/78260cbb82be084d2a269585e15b68e76bc50ff110774522a45b302f5e27a83d | shasum -a 256