Citaat | Hoge Raad 6 december 2002
Alinea 46 Hoge Raad 6 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9250.
3.9 Ook onderdeel III.A.4 is in zoverre gegrond dat het Hof, gelet op de gemotiveerde betwisting door Nuon en haar algemene bewijsaanbiedingen, ten minste had moeten worden toegelaten tot tegenbewijs tegen het in 3.8 weergegeven oordeel van het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78260cbb82be084d2a269585e15b68e76bc50ff110774522a45b302f5e27a83d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78260cbb82be084d2a269585e15b68e76bc50ff110774522a45b302f5e27a83d, en de alinea staat in dat document op bytes 16333 tot 16595.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/78260cbb82be084d2a269585e15b68e76bc50ff110774522a45b302f5e27a83d | shasum -a 256