Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2002

Alinea 19 Hoge Raad 25 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9354.

3.2.2. Vervolgens klaagt belanghebbende dat het Hof hem ter zitting rauwelijks ermee heeft geconfronteerd dat hij tegenbewijs moest leveren tegen evenbedoeld vermoeden, en dat het hem, ondanks een verzoek daartoe, niet in de gelegenheid heeft gesteld dat alsnog te doen. De klacht vindt feitelijke grondslag in de uitspraak, waar deze als ter zitting ingenomen standpunt van belanghebbende vermeldt: "Naar zijn inzicht dient de Inspecteur te bewijzen dat de correcties op zijn aangifte juist zijn. Hij had zich op andere wijze verweerd indien hij had geweten dat de bewijslast in dezen op hem rustte."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbc28741b8a64f205bb2c40036eb805e4fea87233ad18d996d0008eee2f7e0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbc28741b8a64f205bb2c40036eb805e4fea87233ad18d996d0008eee2f7e0e, en de alinea staat in dat document op bytes 6472 tot 7086.