Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2002

Alinea 23 Hoge Raad 25 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9354.

3.4. In zijn rechtsoverweging 5.5 heeft het Hof uit zijn hierboven besproken overwegingen 5.3 en 5.4 laten volgen dat belanghebbende een substantieel deel van zijn inkomsten niet in zijn aangifte heeft verantwoord, en op grond daarvan geconcludeerd tot de zogenoemde omkering van de bewijslast, bedoeld in artikel 29, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst tot en met 31 augustus 1999). Aangezien overweging 5.4 die conclusie niet zelfstandig kan dragen, en overweging 5.3 blijkens het voorgaande geen stand houdt, deelt die conclusie dat lot. De tegen die conclusie gerichte klacht slaagt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efbc28741b8a64f205bb2c40036eb805e4fea87233ad18d996d0008eee2f7e0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efbc28741b8a64f205bb2c40036eb805e4fea87233ad18d996d0008eee2f7e0e, en de alinea staat in dat document op bytes 8765 tot 9396.