Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2002

Alinea 16 Hoge Raad 25 oktober 2002

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9357.

3.3. In de brief van belanghebbendes gemachtigde aan het Hof van 1 maart 2001, waarin zij zichzelf aanduidt als juridisch adviseuse en belanghebbende als haar cliënt, alsmede in de daarbij overgelegde volmacht ligt de stelling besloten dat de gemachtigde belanghebbende in dit geding als juridisch adviseur beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat belanghebbendes wederpartij daaromtrent een ander standpunt heeft ingenomen. Het Hof heeft ook geen enkel feit vastgesteld dat in andere richting wijst. Een en ander laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat belanghebbende voor het Hof werd vertegenwoordigd door een beroepsmatig rechtsbijstand verlenende gemachtigde. De uitspraak van het Hof en de stukken van het geding geven voorts geen aanleiding voor de veronderstelling dat voor het Hof geen aanspraak werd gemaakt op vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, zodat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat daarop wel aanspraak werd gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2876b8bf0547931e3530fd2b9807c8e6599d1ac3c7e13adb367f17f815c8c5af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2876b8bf0547931e3530fd2b9807c8e6599d1ac3c7e13adb367f17f815c8c5af, en de alinea staat in dat document op bytes 6674 tot 7706.