Citaat | Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 40 Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9400.

3.6 Ook onderdeel 2.1 dat erover klaagt dat het Hof de door het Gerecht uitgesproken veroordeling op onbegrijpelijke wijze heeft uitgelegd, wordt terecht voorgesteld. Nu het Gerecht in zijn vonnis van 3 mei 1999 had overwogen dat de verplichting tot zandafname al was nagekomen, waarbij klaarblijkelijk is gedoeld op de verplichting in de overeenkomst van 21 maart 1999 tot afname van een bepaalde hoeveelheid zand van Van der Valk ten behoeve van de strandaanleg, is zonder ontbrekende nadere motivering niet begrijpelijk dat het Hof het vonnis van 3 mei 1999 zo heeft uitgelegd dat het verwerven en beschikbaar houden van het benodigde zand kan worden beschouwd als uitvoering van dat vonnis van 3 mei 1999.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aca69d5ee31c9c125837af92efc0bb2d5bcdea33f51ee83923b6eb31c259abd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aca69d5ee31c9c125837af92efc0bb2d5bcdea33f51ee83923b6eb31c259abd9, en de alinea staat in dat document op bytes 13739 tot 14462.