Citaat | Hoge Raad 10 december 2002
Alinea 24 Hoge Raad 10 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 10 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9632.
4.4. Blijkens hetgeen hiervoor onder 4.2 is weergegeven heeft de raadsman van de verdachte bij de behandeling van de zaak in hoger beroep uitsluitend aangevoerd dat de telefoongegevens niet kunnen bijdragen tot het bewijs en subsidiair dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging. In aanmerking genomen dat niet blijkt dat door of namens de verdachte, die werd bijgestaan door een rechtsgeleerd raadsman, beroep is gedaan op strafvermindering als bedoeld in art. 359a, eerste lid aanhef en onder a, Sv, was het Hof niet gehouden te doen blijken ambtshalve te hebben onderzocht of de hoogte van de op te leggen straf diende te worden verlaagd in verhouding tot de ernst van het verzuim, aangenomen al dat hier sprake is van een verzuim van vormen in de zin van die bepaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e35f628c4b1b7c471ea0c9a3d89a354b5be2f44a80b45d5130b2f9fbaa5d6a72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e35f628c4b1b7c471ea0c9a3d89a354b5be2f44a80b45d5130b2f9fbaa5d6a72, en de alinea staat in dat document op bytes 7854 tot 8687.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e35f628c4b1b7c471ea0c9a3d89a354b5be2f44a80b45d5130b2f9fbaa5d6a72 | shasum -a 256