Citaat | Hoge Raad 8 november 2002

Alinea 27 Hoge Raad 8 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0076.

Het Hof heeft geoordeeld - welk oordeel in cassatie door belanghebbende gelet op het hiervoor in 4 overwogene tevergeefs is bestreden - dat belanghebbende bij de afronding van de onderhandelingen over de koop en verkoop van het pand a-straat 2 cum annexis van E heeft bedongen dat deze als tegenprestatie voor de te leveren zaken niet slechts de in de notariële akte op te nemen prijs zou betalen aan de werkgeefster van belanghebbende als eigenares van het pand, maar tevens een bedrag van ƒ 200.000 aan D B.V. Het Hof is er voorts van uitgegaan - welk uitgangspunt in cassatie door belanghebbende gelet op het hiervoor in 4 overwogene tevergeefs is bestreden - dat de ter zake van dat bedrag door A uitgeschreven facturen 'nepfacturen' zijn, omdat de daarop vermelde werkzaamheden in feite niet zijn verricht. In dat oordeel respectievelijk uitgangspunt ligt besloten het oordeel dat E zich moet hebben gerealiseerd dat de betaling aan D B.V. van ƒ 200.000 door belanghebbende werd bedongen ten behoeve van belanghebbende zelf en niet van diens werkgeefster. Het Hof heeft voorts - in cassatie onbestreden - geoordeeld dat belanghebbende met E en A afspraken heeft gemaakt, die inhielden dat E dit bedrag van ƒ 200.000 aan D B.V. zou betalen, en dat D B.V. werkzaamheden en leveranties ter waarde van ƒ 200.000 ten behoeve van belanghebbende zou verrichten. Uit dit een en ander volgt dat door de betaling van het bedrag van ƒ 200.000 door E aan D B.V. middellijk tweeërlei vermogensovergang plaatsvond, elk met een eigen rechtsgrond: de overgang van ƒ 200.000 uit het vermogen van E in dat van belanghebbende ter voldoening van zijn schuld aan belanghebbende uit hoofde van de afspraken gemaakt in het kader van de koop en verkoop van het pand a-straat 2 cum annexis, en de overgang van ƒ 200.000 uit het vermogen van belanghebbende in dat van D B.V. ter voldoening van de schuld van belanghebbende jegens D B.V. vanwege door laatstgenoemde verrichte respectievelijk te verrichten werkzaamheden en leveranties. Zulks gevoegd bij hetgeen het Hof in onderdeel 5.6 van zijn uitspraak heeft geoordeeld - welk oordeel in cassatie door belanghebbende gelet op het hiervoor in 4 overwogene tevergeefs is bestreden -, brengt mee dat belanghebbende in het onderhavige jaar (1993) in geld een voordeel van ƒ 200.000 uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden als bedoeld in artikel 22, lid 1, letter b, van de Wet heeft genoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e8a78b09fc28340585f8f4780be6f77e48d1f37d324ee606655b0609ee40477. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e8a78b09fc28340585f8f4780be6f77e48d1f37d324ee606655b0609ee40477, en de alinea staat in dat document op bytes 9416 tot 11870.