Citaat | Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 55 Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0198.

3.4.1 Onderdeel 1a klaagt over onbegrijpelijkheid van het in 3.3 onder a) weergegeven oordeel van het Hof, omdat Zürich bij conclusie van repliek onder 14 onder meer heeft gesteld - welke stellingen in hoger beroep zijn gehandhaafd - dat er verschillende contacten zijn geweest tussen het kantoor van de notaris en Zürich, waarin de notaris dan wel de kandidaat-notaris met geen woord hebben gerept over het feit dat [betrokkene 1] en [betrokkene 3] de ter beschikking te stellen gelden zouden gebruiken voor de betaling van de koopsom voor de aandelen, en dat Zürich in de mondelinge contacten met het notariskantoor heeft laten weten dat zij uitsluitend een activatransactie wilde financieren en dat Zürich een pandrecht op de aandelenportefeuille zou verkrijgen. Het onderdeel is gegrond, nu het Hof deze stellingen klaarblijkelijk over het hoofd heeft gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a031f5d883481b3b37440ef6e42805889e9615316b42328b77e8fda88a1c2da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a031f5d883481b3b37440ef6e42805889e9615316b42328b77e8fda88a1c2da, en de alinea staat in dat document op bytes 15439 tot 16319.