Citaat | Hoge Raad 20 december 2002

Alinea 56 Hoge Raad 20 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0198.

3.4.2 Onderdeel 1b, dat klaagt dat het Hof Zürich niet heeft toegelaten tot het bewijs van de zojuist besproken stellingen, behoeft na gegrondbevinding van onderdeel 1a geen afzonderlijke behandeling meer. Na verwijzing zal zo nodig moeten worden beoordeeld of het door Zürich gedane bewijsaanbod voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a031f5d883481b3b37440ef6e42805889e9615316b42328b77e8fda88a1c2da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a031f5d883481b3b37440ef6e42805889e9615316b42328b77e8fda88a1c2da, en de alinea staat in dat document op bytes 16339 tot 16691.