Citaat | Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 59 Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0198.
3.5.1 Onderdeel 2 keert zich met rechts- en motiveringsklachten tegen de rov. 4.5 en 4.6 van het Hof, hiervóór in 3.3 samengevat onder a) - h). Naar de kern genomen strekt het onderdeel ten betoge dat het Hof de voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van de notaris te hanteren maatstaf heeft miskend, althans zijn oordeel dat de notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld jegens Zürich, onvoldoende heeft gemotiveerd. Bij de beoordeling van dit onderdeel wordt vooropgesteld dat de notaris ten opzichte van Zürich een eigen zorgplicht had, nu Zürich aan de notaris telefonisch had laten weten dat zij tot financiering van "de transactie" bereid was en bij het hiervóór in 3.1 onder (iv) vermelde faxbericht aan de notaris had medegedeeld dat zij bereid was "het door [betrokkene 1] verschuldigde bedrag ad ƒ 1.900.000,--" op de rekening van de notaris over te maken onder aantekening dat "[b]etaling van het verschuldigde bedrag aan de verkopende partij [...] echter slechts [mag] plaatsvinden als de bijgaande akte van bedrijfsoverdracht lichamelijk ongewijzigd wordt gepasseerd". Gelet op de positie van notarissen in het maatschappelijk verkeer en op het vertrouwen dat zij als zodanig genieten, rust op notarissen, die dienen te handelen als redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoten, een zwaarwegende zorgplicht jegens degene, die aan de notaris gelden toevertrouwt met de opdracht deze door te betalen indien aan zekere voorwaarden is voldaan. Deze zorgplicht brengt onder meer mee dat de notaris, voorzover zulks redelijkerwijs mogelijk is en in zoverre van de notaris kan worden gevergd, nadere informatie inwint bij degene die hem aldus gelden heeft toevertrouwd, ingeval over de inhoud of strekking van de opdracht redelijkerwijs twijfel kan bestaan. Indien de notaris in een dergelijk geval desondanks op basis van een eigen interpretatie van de betalingsinstructie zonder het inwinnen van nadere informatie bij zijn opdrachtgever tot uitbetaling overgaat, terwijl het inwinnen van informatie wel mogelijk was geweest, moet hij de nadelige gevolgen van zijn handelwijze jegens de opdrachtgever dragen indien die interpretatie, hoewel deze op zichzelf mogelijk is, achteraf onjuist blijkt te zijn. Dit is slechts anders indien in de gegeven omstandigheden omtrent de inhoud en de strekking van de opdracht redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan. De zorgplicht van een notaris gaat immers niet zo ver dat hij zijn opdrachtgever ook behoort te vrijwaren tegen risico's die ook bij een hoge mate van zorgvuldigheid zijnerzijds niet zijn te vermijden (vgl. HR maart 1990, nr. 13834, NJ 1990, 428).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a031f5d883481b3b37440ef6e42805889e9615316b42328b77e8fda88a1c2da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a031f5d883481b3b37440ef6e42805889e9615316b42328b77e8fda88a1c2da, en de alinea staat in dat document op bytes 18197 tot 20841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3a031f5d883481b3b37440ef6e42805889e9615316b42328b77e8fda88a1c2da | shasum -a 256