Citaat | Hoge Raad 15 november 2002

Alinea 35 Hoge Raad 15 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0585.

3.4.1 Middel I betoogt dat het oordeel van de Rechtbank (in rov. 4.5) dat [verweerder] zich terecht heeft beroepen op het vermoeden van art. 3:34 BW, niet in stand kan blijven. Het voert aan dat de Rechtbank haar oordeel dat ontslagname niet overeenstemde met de wil van [verweerder], ten onrechte heeft gebaseerd op het vermoeden van art. 3:34 BW, nu [eiseres] een beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel. De Rechtbank heeft in het midden heeft gelaten of [eiseres] terecht een beroep op het vertrouwensbeginsel (art. 3:35 BW) heeft gedaan, zodat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat [eiseres] dat beroep terecht heeft gedaan, aldus het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6199794e6614ab5677fe167f2b89f22a54bcf51620d40903ca906dbe427ccb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6199794e6614ab5677fe167f2b89f22a54bcf51620d40903ca906dbe427ccb9, en de alinea staat in dat document op bytes 11924 tot 12592.