Citaat | Hoge Raad 15 november 2002
Alinea 38 Hoge Raad 15 november 2002
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0585.
3.5.2 Het middel faalt. In een geval als het onderhavige, waarin de werknemer die verklaarde ontslag te nemen niet in staat was daartoe zijn wil te bepalen ten gevolge van een stoornis van zijn geestvermogens, kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat de werkgever, hoezeer hij ook de desbetreffende uitingen heeft opgevat en heeft mogen opvatten als een ontslagname, de werknemer daaraan houdt, indien niet aan de zijde van de werkgever sprake is van (relevant) nadeel (vgl. HR 12 september 1986, nr. 12696, NJ 1987, 267). Door in het onderhavige geval, waarin vaststaat dat [verweerder] ten gevolge van een psychische stoornis ten tijde van zijn ontslagname niet in staat was zijn wil te dien aanzien te bepalen, de afwezigheid van nadeel aan de zijde van [eiseres] doorslaggevend te achten voor de vraag of [eiseres] een beroep op art. 3:35 BW toekwam, heeft de Rechtbank niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel kan voor het overige, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het oordeel is evenmin onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6199794e6614ab5677fe167f2b89f22a54bcf51620d40903ca906dbe427ccb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6199794e6614ab5677fe167f2b89f22a54bcf51620d40903ca906dbe427ccb9, en de alinea staat in dat document op bytes 13776 tot 14952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6199794e6614ab5677fe167f2b89f22a54bcf51620d40903ca906dbe427ccb9 | shasum -a 256