Citaat | Hoge Raad 17 december 2002
Alinea 19 Hoge Raad 17 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0625.
3.3. In de afwijzing door het Hof van het verzoek ligt kennelijk als zijn oordeel besloten dat het belang van berechting binnen een redelijke termijn in dit geval diende te prevaleren boven het belang van de verdachte bij rechtsgeleerde bijstand van een raadsman tijdens de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, ook zonder nadere motivering, niet onbegrijpelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het een naar zijn aard en omvang eenvoudige zaak betreft, dat ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep sinds de datum van het tenlastegelegde feit bijna drie jaren waren verstreken en dat het, gelet op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, klaarblijkelijk aan verdachtes eigen onzorgvuldigheid te wijten was dat hij op die terechtzitting - anders dan bij de terechtzitting in eerste aanleg - niet van rechtsbijstand was voorzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a, en de alinea staat in dat document op bytes 7064 tot 8006.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a | shasum -a 256