Citaat | Hoge Raad 17 december 2002
Alinea 28 Hoge Raad 17 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0625.
"Rond 20 september 1998, een juiste datum weet ik niet meer precies, word ik door [betrokkene 1] benaderd. Hij vroeg mij of hij "iets" bij mij achter mijn woning mocht zetten. Hij vertelde mij dat het om een aanhangwagen ging, waarop een generator geplaatst was. Hij zei mij, dat hij momenteel plaatsgebrek had om de generator ergens te plaatsen. Ik stemde toe. Hij vertelde mij, dat hij de generator na een paar weken op zou halen. Eén of twee weken later kwam ik eind van de middag thuis van mijn werk. Een juiste datum weet ik niet meer. Ik zag dat voor mijn woning een generator op een onderstel stond. Ik wist dat het om de generator ging, waarover met [betrokkene 1] is gesproken. Mijn zoons en ik hebben de generator achter de woning geplaatst. Toen ik zag dat de generator een zogenaamde "las-generator" betrof, kreeg ik argwaan. Ik kreeg een vermoeden, dat de generator van diefstal afkomstig zou kunnen zijn. Ik heb er wel aan gedacht om de politie te bellen. Ik heb dit echter niet gedaan, omdat ik bang was dat ik verdacht zou worden van diefstal."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a, en de alinea staat in dat document op bytes 9607 tot 10681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a | shasum -a 256