Citaat | Hoge Raad 17 december 2002

Alinea 30 Hoge Raad 17 december 2002

Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0625.

4.4. In de toelichting op het middel wordt erop gewezen dat de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verklaard, dat hij niet op het moment van voorhanden krijgen heeft gezien dat het een lasgenerator betrof, maar pas enige tijd later, welke verklaring de verdachte blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep aldaar heeft herhaald. Hieraan wordt in het middel de conclusie verbonden dat de bewezenverklaring wat betreft het in het middel bedoelde onderdeel onvoldoende is gemotiveerd nu de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte, dat hij het vermoeden kreeg dat de generator van diefstal afkomstig zou kunnen zijn toen hij zag dat het een lasgenerator betrof, aldus moet worden verstaan dat dit vermoeden niet rees ten tijde van het voorhanden krijgen van het aggregaat, doch op een later tijdstip.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a, en de alinea staat in dat document op bytes 11031 tot 11892.