Citaat | Hoge Raad 17 december 2002
Alinea 31 Hoge Raad 17 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0625.
4.5. Ervan uitgaande dat de verklaring van de verdachte moet worden opgevat in de hiervoor onder 4.4 aangeduide zin, heeft het Hof zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting, uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden, dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de lasgenerator redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a, en de alinea staat in dat document op bytes 11931 tot 12391.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0401c2717cc4fd9ce5a7e76878cf422934f10f7effb268ef8ffc1ddfa395075a | shasum -a 256