Citaat | Hoge Raad 17 december 2002
Alinea 28 Hoge Raad 17 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF0638.
Verdachte heeft bij herhaling aangegeven geen SOV-maatregel te willen ondergaan en hiervan ook geen heil te verwachten. De rechtbank is zich ervan bewust dat gebrek aan motivatie niet de meest gunstige uitgangspositie oplevert om aan het programma te beginnen. Anderzijds echter behoeft de afwezigheid van motivatie, zeker bij een deskundige aanpak, geen statisch gegeven te zijn. Het gaat de rechtbank te ver om op voorhand ervan uit te gaan dat een SOV-plaatsing met het oog op gedragsverandering zinloos zal zijn, een conclusie die inmiddels ten aanzien van verdachte wel lijkt te kunnen worden getrokken als het gaat om het opleggen van gevangenisstraffen. De rechtbank vindt in de opstelling van verdachte wel aanleiding om te bepalen dat de officier van justitie binnen zes maanden bericht over de wenselijkheid of de noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c11080a13ea7d2c18a31ade9fb954cb0810444515d4f28f9ec65a091d0e4d464. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c11080a13ea7d2c18a31ade9fb954cb0810444515d4f28f9ec65a091d0e4d464, en de alinea staat in dat document op bytes 10312 tot 11228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c11080a13ea7d2c18a31ade9fb954cb0810444515d4f28f9ec65a091d0e4d464 | shasum -a 256