Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 45 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF1210.

3.5.1 Het onderdeel neemt terecht tot uitgangspunt dat de rechter in een civiele procedure slechts mag beslissen aan de hand van stukken tot kennisneming waarvan en uitlating waarover aan partijen voldoende gelegenheid is gegeven. Deze fundamentele regel van hoor en wederhoor heeft uiteraard ook betrekking op het kennis kunnen nemen van en adequaat kunnen reageren op bescheiden die (kort) vóór of bij gelegenheid van een terechtzitting waarop zij aan de orde komen, worden overgelegd. Zolang het gaat om stukken waarvan de aard en omvang klaarblijkelijk geen beletsel vormen om daarvan binnen de beschikbare tijd kennis te nemen en daarop adequaat te reageren, mag de rechter, zeker als tegen de overlegging van deze bescheiden geen bezwaar is gemaakt, zonder meer aannemen dat aan deze eis is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40f7a1243e2a9ff38b294f9dfa27c08826b0a441fdfcef0262a10b30e28d2db8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40f7a1243e2a9ff38b294f9dfa27c08826b0a441fdfcef0262a10b30e28d2db8, en de alinea staat in dat document op bytes 12862 tot 13682.