Citaat | Hoge Raad 29 november 2002

Alinea 49 Hoge Raad 29 november 2002

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF1210.

3.6.3 Daaraan kan niet afdoen dat de advocaat van Dipasa Europe bij pleidooi op de producties van [verweerster] is ingegaan en daartegen verweer hééft gevoerd. In de eerste plaats blijft dan onverkort gelden dat het Hof, gelet op de aard en omvang van de desbetreffende bescheiden, in verband met de naleving van het beginsel van hoor en wederhoor zich ervan had moeten vergewissen dat Dipasa Europe ondanks de door het toedoen van [verweerster] nodeloos tot enkele dagen beperkte tijd van voorbereiding redelijkerwijze in staat was geweest zich voldoende op een adequate reactie voor te bereiden en dat het Hof daarvan in zijn overwegingen had moeten doen blijken. In de tweede plaats had het Hof, gelet op de feiten waarvan in cassatie moet worden uitgegaan, in zijn overwegingen aandacht moeten besteden aan het feit dat de advocaat van Dipasa Europe ter zitting tegen het gebruik maken van de producties bezwaar heeft gemaakt, en had het Hof op dit bezwaar dienen te beslissen en ook daarvan in zijn arrest melding moeten maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40f7a1243e2a9ff38b294f9dfa27c08826b0a441fdfcef0262a10b30e28d2db8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40f7a1243e2a9ff38b294f9dfa27c08826b0a441fdfcef0262a10b30e28d2db8, en de alinea staat in dat document op bytes 15879 tot 16926.