Citaat | Hoge Raad 20 december 2002
Alinea 49 Hoge Raad 20 december 2002
Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF2166.
3.3 De onderdelen 1.a, 1.b, 2 en 3 zijn alle gericht tegen rov. 4.5 van het tussenvonnis. Bij de beoordeling van de in deze onderdelen vervatte klachten moet worden vooropgesteld dat, nu de CAO Briefpost 2000 niet algemeen verbindend is verklaard en [eiser] geen lid is van een van de daarbij betrokken contracterende vakorganisaties, deze CAO niet rechtstreeks van toepassing is op de arbeidsovereenkomst tussen PTT Post en [eiser]. De CAO Briefpost 2000 is door partijen ook niet op de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard. Dit betekent dat de in het hier toepasselijke art. 7:668 lid 5 (oud) BW voorziene mogelijkheid van afwijking bij CAO van (onder meer) art. 7:668 lid 3 (oud), inhoudende dat indien een voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomst is voortgezet, voor haar beëindiging voorafgaande opzegging nodig is, niet kan worden gegrond op rechtstreekse toepasselijkheid van de desbetreffende bepaling in deze CAO, die behelst dat in geval van verlenging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor beëindiging geen voorafgaande opzegging is vereist (vgl. hetgeen hiervoor in 3.1 onder (v) is overwogen). Dit neemt evenwel niet weg dat, nu bij de verlengingen van de arbeidsovereenkomst telkens door partijen uitdrukkelijk is overeengekomen dat de voor bepaalde tijd verlengde overeenkomst van rechtswege zou eindigen, en daarbij is verwezen naar "de afspraken die zijn gemaakt met de vakorganisaties over het gebruik van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in het kader van Briefpost 2000", de afwijking van art. 7:668 lid 3 (oud) als geldig moet worden aangemerkt. Het gaat hier om een geval dat afwijking van een bepaling van dwingend recht (slechts) bij CAO mogelijk is, terwijl een CAO die niet rechtstreeks van toepassing is, een zodanige afwijking inhoudt. Aangenomen moet dan worden dat in de bescherming van de werknemer, die is beoogd met het dwingendrechtelijke karakter van de desbetreffende wetsbepaling, is voorzien doordat de vakorganisaties bij de totstandkoming van de CAO betrokken zijn geweest. Dit brengt mee dat partijen in hun (individuele) arbeidsovereenkomst een afwijking van de dwingende wetsbepaling kunnen opnemen, mits deze afwijking overeenkomt met hetgeen is neergelegd in een CAO, ook ingeval deze CAO niet rechtstreeks van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2540c05e092641228175c5f7346ac67b8671f417a163f833bf77c5a66ac0a724. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2540c05e092641228175c5f7346ac67b8671f417a163f833bf77c5a66ac0a724, en de alinea staat in dat document op bytes 13536 tot 15859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2540c05e092641228175c5f7346ac67b8671f417a163f833bf77c5a66ac0a724 | shasum -a 256