Citaat | Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 17 Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:ZC8134.
3.3. Bij de beoordeling van de klachten moet het volgende worden vooropgesteld. Met het 'rentedragend zijn geworden' van inkomsten heeft artikel 33, lid 1, van de Wet het oog op het geval dat een liquide vordering onder genot van rente door de tot die vordering gerechtigde blijft uitstaan (vgl. HR 29 maart 1944, B. 7821, en HR 1 juni 1977, nr. 18209, BNB 1977/167). Hetzelfde geldt voor het 'rentedragend zijn geworden' van kosten in de zin van artikel 38, lid 1, van de Wet. Zolang een vordering niet vaststaat, staat het verschuldigd zijn of zullen worden van rente over die vordering evenmin vast en kan reeds om die reden niet van het rentedragend zijn van die vordering worden gesproken (vgl. HR 29 maart 1944, B. 7821).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce5eb776529255d5cffd1e286f81a53a235c62c93053d401876068a70cecf766. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce5eb776529255d5cffd1e286f81a53a235c62c93053d401876068a70cecf766, en de alinea staat in dat document op bytes 7702 tot 8442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce5eb776529255d5cffd1e286f81a53a235c62c93053d401876068a70cecf766 | shasum -a 256