Citaat | Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 17 Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:ZC8146.

3.3. Middel I keert zich tegen 's Hofs in dit verband gegeven oordeel dat gesteld noch gebleken is dat het inkomen van belanghebbende op enige van betekenis zijnde wijze afwijkt van het gemiddelde inkomen van de predikanten in groep 1. Dit oordeel is van feitelijke aard, zodat het in cassatie niet op zijn juistheid kan worden getoetst. Het is voorts niet onvoldoende gemotiveerd, ook niet in het licht van de door belanghebbende in zijn pleitnota voor het Hof aangevoerde, maar daarin niet nader toegelichte, stelling dat rekening dient te worden gehouden met de relatief lage pensioenaanspraken van belanghebbende. Uit 's Hofs uitspraak en de stukken van het geding blijkt niet dat de in de toelichting op het middel ingenomen stelling dat het vanwege de relatief lage pensioenaanspraken van belanghebbende wenselijk was dat belanghebbende in het onderhavige jaar door middel van een lijfrenteverzekering inkomen reserveerde voor de toekomst, reeds voor het Hof is aangevoerd. Die stelling vergt een onderzoek van feitelijke aard, waarvoor de cassatieprocedure geen mogelijkheid biedt. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f3e27db10a7809e94dd841d60009fa6d8ea2351f6cb8104f04513eae3a34859. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f3e27db10a7809e94dd841d60009fa6d8ea2351f6cb8104f04513eae3a34859, en de alinea staat in dat document op bytes 7665 tot 8816.