Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003
Alinea 29 Hoge Raad 6 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AD3578.
3.3.3. Weliswaar gold artikel 36 Wtv naar de letter slechts voor "de houder van de concessie" - een hoedanigheid die de Stichting niet bezat - , maar deze beperking houdt verband met de oorspronkelijke opzet van deze wet en van de Telegraaf- en Telefoonwet, die meebracht dat slechts voor deze persoon behoefte bestond aan de in dit artikel vervatte regeling. Deze beperking hangt blijkens de parlementaire behandeling van de Wet van 8 oktober 1969, Stb. 468, tot wijziging van de Telegraaf- en Telefoonwet voorts samen met de gedachte dat voor de aanleg van inrichtingen slechts ten behoeve van de Staat of een concessionaris en niet ten behoeve van iedere installateur een gedoogplicht zou moeten bestaan (zie Handelingen II 1968/69, blz. 3135). Dit een en ander brengt mee dat er geen grond bestaat de in dat artikel neergelegde regeling niet ook van toepassing te achten op andere personen die op grond van de verruiming van de wettelijke mogelijkheden om netwerken aan te bieden in een vergelijkbare positie kwamen te verkeren als "de houder van de concessie".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4430bc850f1df89c20157a6d9666f5f0776da6ee15af9d95973ef4ff835b7212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4430bc850f1df89c20157a6d9666f5f0776da6ee15af9d95973ef4ff835b7212, en de alinea staat in dat document op bytes 14198 tot 15277.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4430bc850f1df89c20157a6d9666f5f0776da6ee15af9d95973ef4ff835b7212 | shasum -a 256