Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 30 Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AD3578.

In dit verband valt voorts te wijzen op artikel 5.6, lid 1, van de Telecommunicatiewet, dat - voorzover thans van belang - slechts in dit opzicht verschilt van het eerste lid van artikel 36 Wtv dat de woorden "de houder van de concessie" zijn vervangen door de woorden "de aanbieder van het netwerk". Weliswaar is artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet eerst in werking getreden na de aanleg van de onderhavige infrastructuur, maar ook dit wetsartikel kent een tweede lid dat bepaalt dat het mede van toepassing is op kabels en netwerkaansluitpunten aangelegd voor het tijdstip van inwerkingtreding ervan. De Memorie van antwoord aan de Eerste Kamer houdt met betrekking tot het tweede lid in dat daarmee wordt "gewaarborgd dat het eerste lid van toepassing is op alle kabels die ooit reeds eerder zijn aangelegd" en dat dit lid "nu zeker stelt dat van alle kabels die na 1938 zijn aangelegd de eigendom blijft berusten bij de aanbieder van het netwerk" (Kamerstukken I 1997/98, 25 533, nr. 309b, blz. 17).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4430bc850f1df89c20157a6d9666f5f0776da6ee15af9d95973ef4ff835b7212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4430bc850f1df89c20157a6d9666f5f0776da6ee15af9d95973ef4ff835b7212, en de alinea staat in dat document op bytes 15285 tot 16304.