Citaat | Hoge Raad 28 februari 2003
Alinea 17 Hoge Raad 28 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE0477.
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende, die een waterleidingbedrijf uitoefent, heeft voor de maand november 1997 aangifte gedaan van een te voldoen bedrag aan grondwaterbelasting van ƒ 359.194. Bij de berekening van dat bedrag aan belasting is belanghebbende uitgegaan van een in november 1997 onttrokken hoeveelheid grondwater van 1.056.454 kubieke meter en het voor het jaar 1997 geldende tarief voor onttrekking van grondwater door waterleidingbedrijven vermeld in artikel 9, aanhef en letter a, van de Wet belastingen op milieugrondslag (hierna: de Wet) van ƒ 0,34 per kubieke meter. Voor onttrekking van grondwater door anderen dan waterleidingbedrijven gold in 1997 ingevolge artikel 9, aanhef en letter b, van de Wet een lager tarief, te weten van ƒ 0,17 per kubieke meter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc652844d0aae09609d09216725b3bfdefc8db6a1ea57f0a74850c4d12bd7b7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc652844d0aae09609d09216725b3bfdefc8db6a1ea57f0a74850c4d12bd7b7b, en de alinea staat in dat document op bytes 5888 tot 6717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc652844d0aae09609d09216725b3bfdefc8db6a1ea57f0a74850c4d12bd7b7b | shasum -a 256