Citaat | Hoge Raad 28 februari 2003

Alinea 27 Hoge Raad 28 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE0477.

3.8. Ten slotte verdient opmerking dat bij de beantwoording van de vraag of er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor het tariefsverschil, bovendien in aanmerking moet worden genomen dat het ging om een tijdelijke maatregel die kennelijk noodzakelijk is geacht om de invoering van de grondwaterbelasting te vergemakkelijken en dat de wetgever voor het jaar 1999 het verschil heeft teruggebracht tot de helft en het voor het jaar 2000 geheel ongedaan heeft gemaakt. Mede gelet op dit tijdelijke karakter van het tariefsverschil kan niet worden gezegd dat de wetgever, door op de in 3.4 weergegeven gronden voor de onttrekking van grondwater door anderen dan waterleidingbedrijven in 1997 een lager tarief te hanteren dan voor onttrekking van grondwater door waterleidingbedrijven, de ruime beoordelingsmarge welke hem te dezen toekwam, heeft overschreden en het in artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM in verbinding met artikel 1 Protocol 1 bij dat Verdrag vervatte verbod op ongelijke behandeling heeft geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc652844d0aae09609d09216725b3bfdefc8db6a1ea57f0a74850c4d12bd7b7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc652844d0aae09609d09216725b3bfdefc8db6a1ea57f0a74850c4d12bd7b7b, en de alinea staat in dat document op bytes 12123 tot 13168.