Citaat | Hoge Raad 28 maart 2003
Alinea 71 Hoge Raad 28 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE5149.
3.7.7 Niettemin kan zich hier de - door de Staat te stellen en aannemelijk te maken - situatie voordoen dat, gelet op de door de informant verstrekte informatie, in redelijkheid niet kan worden volgehouden dat diens belang bij de toegezegde geheimhouding zich (nog langer) verzet tegen doorgeleiding van die informatie naar de BVD (thans op AIVD). Indien 's Hofs in 3.7.3 weergegeven oordeel op deze gedachtengang berust, is zijn oordeel in zoverre onvoldoende gemotiveerd. Eiser heeft immers steeds gesteld dat door het verder bekend worden van de verschafte informatie zijn veiligheid zodanig in gevaar wordt gebracht dat zelfs voor zijn leven moet worden gevreesd. 's Hofs oordeel houdt niet in dat zulks, gelet op de door eiser verstrekte informatie, in redelijkheid niet (langer) kan worden volgehouden. De hierop gerichte klacht van onderdeel c treft in zoverre doel evenals de daarop voortbouwende klacht van onderdeel d. Daarmee is tevens de grond ontvallen aan 's Hofs oordeel in rov. 4.5 dat ervan moet worden uitgegaan dat de doorgeleiding door het openbaar ministerie naar de BVD van de van eiser afkomstige informatie overeenkomstig het bepaalde in art. 22 lid 1 Wiv en derhalve rechtmatig is geschied. Ook in zoverre wordt onderdeel d terecht voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba5ba547d649278af82bd09d9960f0212036f543bd1d417794bf5fd77d4f310f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba5ba547d649278af82bd09d9960f0212036f543bd1d417794bf5fd77d4f310f, en de alinea staat in dat document op bytes 35668 tot 36950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba5ba547d649278af82bd09d9960f0212036f543bd1d417794bf5fd77d4f310f | shasum -a 256