Citaat | Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 71 Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE5288.
2.2. Bij tussenarrest van 3 december 2002 heeft de Hoge Raad de Officier van Justitie ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. Kort samengevat heeft de Hoge Raad geoordeeld: dat een redelijke toepassing van art. 31, derde lid, UW meebrengt dat de officier van justitie in uitleveringszaken gedurende de volle wettelijke termijn van een maand nadat de kernstukken van het geding - te weten de uitspraak en de processen-verbaal van de zittingen - te zijner beschikking zijn gekomen, een schriftuur houdende middelen van cassatie bij de Hoge Raad kan indienen, en dat nu de cassatieschriftuur is ingediend binnen een maand nadat de uitgewerkte uitspraak op 10 juni 2002 ter beschikking van de Officier van Justitie is gekomen, het cassatieberoep ontvankelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/905a48fcfde42834c73443ef5f851ed785510da4d49482a9fd0c730da6041238. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 905a48fcfde42834c73443ef5f851ed785510da4d49482a9fd0c730da6041238, en de alinea staat in dat document op bytes 23702 tot 24479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/905a48fcfde42834c73443ef5f851ed785510da4d49482a9fd0c730da6041238 | shasum -a 256