Citaat | Hoge Raad 14 januari 2003
Alinea 34 Hoge Raad 14 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8779.
Het hof ziet [in] het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien geen noodzaak om [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6], [betrokkene 8] en [betrokkene 9] als getuigen te horen met betrekking tot de stelling van de raadsman dat [betrokkene 2] in de onderhavige strafzaak tegen [verdachte] is ingezet als (criminele) burgerinfiltrant.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef3e8b53b97099b063f4810cb863b1d6f511a7deda1fa9a6f9e2f394d636a6e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef3e8b53b97099b063f4810cb863b1d6f511a7deda1fa9a6f9e2f394d636a6e7, en de alinea staat in dat document op bytes 9879 tot 10258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef3e8b53b97099b063f4810cb863b1d6f511a7deda1fa9a6f9e2f394d636a6e7 | shasum -a 256