Citaat | Hoge Raad 14 januari 2003

Alinea 42 Hoge Raad 14 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8779.

3.5. De geschiedenis van art. 321 Sv, dat sedert zijn totstandkoming is gewijzigd bij de Wet van 29 november 1935, Stb. 685, de Wet van 5 juli 1984, Stb. 332, de Wet van 11 november 1993, Stb. 603 en de Wet van 15 januari 1998, Stb. 33, bevat geen aanknopingspunt voor de opvatting dat de wetgever ten aanzien van getuigen die zijn opgegeven na een schorsing van het onderzoek ter terechtzitting doch op de voorgeschreven wijze vóór de nadere terechtzitting, een ander oproepingsregiem in het leven heeft willen roepen dan geldt ten aanzien van getuigen die zijn opgegeven voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting. Gelet op de wetsgeschiedenis alsmede het wettelijk systeem inzake de oproeping en het horen van getuigen die zijn opgegeven vóór de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, brengt een redelijke uitleg van art. 321 Sv mee dat in het geval waarin na schorsing het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat, nieuwe nog niet eerder opgeroepen of gehoorde getuigen kunnen worden opgeroepen overeenkomstig de art. 263 en 287, derde lid onder a, alsmede dat de art. 264 en 288, eerste lid, Sv dan van overeenkomstige toepassing zijn. Dit betekent dus dat art. 321, eerste lid, Sv - met overeenkomstige toepassing ten aanzien van tolken en deskundigen - aldus dient te worden verstaan

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef3e8b53b97099b063f4810cb863b1d6f511a7deda1fa9a6f9e2f394d636a6e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef3e8b53b97099b063f4810cb863b1d6f511a7deda1fa9a6f9e2f394d636a6e7, en de alinea staat in dat document op bytes 11774 tot 13100.